Wereldmediahuis
Journalistiek over de rest van de wereld: Het wereldmediahuis bericht over globalisering en ontwikkelingslanden en verbindt verschillende onafhankelijke journalistieke redacties tot een crossmediaal geheel. Lees meer over het Wereldmediahuis.Nieuws
-
DeWereldMorgen: Pakistan staat onder water, de president zwemt in het geld
Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking
Volgens de Pakistaanse overheid zijn door de overstromingen, die veroorzaakt werden door zware moessonregens, meer dan 17,2 miljoen mensen getroffen, en meer dan 1.500 mensen gedood. Een ramp van bijbelse proporties. De hulp is ontoereikend. Tariq Ali verklaart waarom.
-
The Times They are a-Changing
Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking
De publieke en politieke steun voor ontwikkelingssamenwerking wordt steeds kleiner. Dat is bedreigend, maar kan verhulde zegen zijn. Het dwingt ontwikkelingsorganisaties namelijk om zichzelf opnieuw uit te vinden.
Op het moment dat ik deze Beschouwing schrijf heeft Nederland nog geen nieuw kabinet. Wel hebben de afgelopen verkiezingen duidelijk gemaakt dat Nederland een behoorlijke ruk naar rechts heeft gemaakt. Hoewel dat niet automatisch gevolgen hoeft te hebben voor de hoogte van het ontwikkelingsbudget (kijk naar het Verenigd Koninkrijk, waar onder de conservatieve regering van David Cameron de grootste bezuinigingsoperatie ooit wordt uitgevoerd, maar zowel de zorgsector als de ontwikkelingssamenwerking buiten schot blijven) zal dat in Nederland waarschijnlijk wél het geval zijn. De grootste winst werd immers behaald door de VVD en de PVV, partijen die de ontwikkelingssamenwerking – exclusief noodhulp – respectievelijk willen halveren of afschaffen.
Ook uit alle recent verschenen onderzoeken over de publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking blijkt dat de gouden tijden over zijn. Uit het Kieskompas, dat in de aanloop naar de verkiezingen door 360 duizend mensen was ingevuld, bleek dat een meerderheid van 57 procent vindt dat er bezuinigd mag worden op steun aan arme landen. Deze mening hebben voornamelijk rechtse kiezers, maar ook in de achterban van de PvdA, SP en D66 vindt een flinke minderheid inmiddels dat er best iets van het ontwikkelingsbudget af kan. TNS Nipo constateerde kort daarvoor al dat 54 procent van de kiezers vindt dat Nederland te veel geld besteedt aan ontwikkelingssamenwerking in vergelijking met andere landen, terwijl de ongekroonde koning van onze opiniemetingen, Maurice de Hond, in een opdracht van Artsen zonder Grenzen concludeerde dat 53 procent van de Nederlandse bevolking twijfelt over het nut van hulp aan arme landen. De onderzoeken laten een duidelijke trendbreuk zien, want tot slechts enkele jaren geleden kwam uit vrijwel iedere meting naar voren dat Nederland een draagvlak van ongeveer 80 procent kende dat minimaal voor handhaving van het Nederlandse ontwikkelingsbudget was. Zoals Bob Dylan in de jaren zestig zong: ‘The times they are a-changing.’
Vrijbrief
Nu hoeft twijfel over ontwikkelingssamenwerking helemaal niet erg te zijn, als die tenminste leidt tot een debat over de betrekkelijkheid van hulp en over betere en meer structurele manieren om de mondiale ongelijkheid te verkleinen. Ontwikkelingshulp kán de armoede niet oplossen en is daar ook nooit voor bedoeld geweest, betoogde ik al in eerdere stukken: hulp is slechts een bijgerecht – en eerlijke handel moet het hoofdgerecht zijn.
Twijfel over ontwikkelingssamenwerking is echter wél zorgelijk als die een teken is dat ons land zich aan het afkeren is van haar mondiale verantwoordelijkheid. Jan Pronk constateert in zijn column (zie Vice Versa 4) met spijt dat de verkiezingen alleen maar over ons eigen land gingen. Het feit dat politici niet gevraagd werd om rekenschap af te leggen over het buitenlandbeleid, en dat zij dat ook niet uit zichzelf deden, betekent dat ze voor de komende jaren een vrijbrief hebben gekregen om met het buitenland te doen wat ze willen, betoogt Pronk. Deze vrijbrief baart ook mij ernstige zorgen, want met opkomen voor onze mondiale verplichtingen denken politici vandaag de dag nog maar weinig kiezers meer te trekken. Welke politicus durft het nog aan om pal voor mondiale solidariteit te gaan staan?
Waar ik benieuwd naar ben, is hoe de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in dit nieuwe krachtenveld gaan opereren. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. De kans bestaat dat ze zich nog meer zullen laten leiden door hun eigen institutionele belang en overlevingsdrift. Zij die nog in de race zijn voor overheidssubsidie zullen zich tot 1 november, de dag waarop het salomonsoordeel over MFS-2 wordt geveld, in elk geval koest houden. Maar omdat er hoe dan ook minder geld beschikbaar zal zijn dan voorheen, zullen organisaties manieren moeten bedenken om minder afhankelijk van de Nederlandse overheid te worden. Dat betekent nog meer fondsenwerving onder het Nederlandse publiek, met het gevaar van een platte en onrealistische boodschap waarmee ze elkaar proberen af te troeven. Ik ben bang dat zo niet alleen politici maar ook de marketeers en fondsenwervers van ontwikkelingsorganisaties een vrijbrief zullen krijgen. En dat is evenmin een vrolijk vooruitzicht.
Overlevingsdrang
Ten tweede verwacht ik dat organisaties op zoek gaan naar fondsen buiten Nederland. De Verenigde Staten bijvoorbeeld kent tal van grote en kleinere particuliere foundations en een rijke traditie van filantropie. Net als in de tijd van het Wilde Westen valt hier nog heel wat te ontginnen, ook voor Nederlandse ngo’s. De vraag is echter of het zal ‘klikken’ met Nederlandse ngo’s, omdat deze particuliere fondsen ofwel heel charitatief zijn of juist een veel bedrijfsmatiger aanpak hebben dan Nederlandse ontwikkelingsorganisaties gewend zijn.
Dan is er nog de mogelijkheid tot decentraliseren, een proces waar na ICCO nu ook Oxfam Novib mee gaat beginnen. Steeds meer verantwoordelijkheden worden hiermee naar lokale veldkantoren overgeheveld. Dat kan strategisch een slimme zet zijn. De Europese Unie is van plan om veel meer ontwikkelingsgeld direct naar ‘het Zuiden’ over te maken in plaats van te besteden via noordelijke hulporganisaties, en ook het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid doet aanbevelingen in deze richting. Het uitgangspunt van decentralisatie vind ik uitstekend. Het is in feite een gevolg van succesvolle ontwikkelingssamenwerking, omdat de capaciteit in het Zuiden zo sterk is geworden dat de uitvoering en begeleiding van projecten nu lokaal gedaan kan worden en de westerse ngo zich vooral op het lobbywerk hier kan richten. Het zou echter verkeerd zijn als voornamelijk uit overlevingsdrang voor deze decentralisatie wordt gekozen en de veldkantoren van Oxfam Novib en ICCO concurrenten worden van zuidelijke ontwikkelingsorganisaties omdat ze om dezelfde fondsen gaan strijden.
Tot slot is echter nog een laatste scenario denkbaar. Wat ik hoop is dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf gaan heruitvinden; dat ze zich niet vanuit hun eigen belangen op de toekomst gaan bezinnen, maar mensen weer een oprecht en actueel verhaal gaan vertellen over armoede. Alleen daarmee kun je mensen weer voor je winnen. En dan niet om hun portemonnee te trekken, maar om weer (en meer) betrokken te raken bij de ongelijkheid in de wereld. De oplossing zit niet in nog betere rapportages over succesvolle projecten of in reclamecampagnes, maar in eerlijke communicatie.
Henk en Ingrid
Eerlijke communicatie bijvoorbeeld over wat ontwikkelingssamenwerking nu eigenlijk is. Op de interessante bijeenkomst van Singing a New Policy Tune in Ede (zie ook pagina 6) merkte een van de deelnemers terecht op dat een groot deel van het Nederlandse publiek niet is meegegaan in de stappen die de ontwikkelingssamenwerking door de jaren heen heeft gezet. Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties allang gaat om capaciteitsopbouw en het werken aan een civil society in het Zuiden. Ontwikkelingsorganisaties moeten de uitdaging aangaan om juist ook dít werk op een goede manier over het voetlicht te brengen en niet telkens – onder druk van de fondsenwervers – in de fuik te vallen om een beeld neer te zetten dat inmiddels achterhaald is. En verder, zoals op diezelfde bijeenkomst werd gesteld, ook veel beter duidelijk maken waarom het ook in ons eigen belang is dat de armoede een halt wordt toegeroepen. Anders valt er over vijftig jaar namelijk ook voor de kinderen van Henk en Ingrid weinig lol meer te beleven op deze wereld.
Ontwikkelingsorganisaties moeten het grote verhaal over de ongemakkelijke waarheid van armoede vertellen door in te zoomen op mensen die daar de dupe van zijn en die daar tegen strijden. In mijn boek Berichten over Armoede heb ik al geschreven dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich niet lijken te realiseren wat voor goudmijn aan verhalen ze in huis hebben. Via hun partnerorganisaties hebben ze toegang tot duizenden mensen die de ongemakkelijke waarheid van armoede een gezicht kunnen geven, die met vallen en opstaan proberen vooruit te komen in hun leven binnen een internationale context die hen vijandig gezind is. Met zulke krachtige persoonlijke levensverhalen hebben ontwikkelingsorganisaties een ijzersterke troef in handen in het debat over de mondiale verantwoordelijkheid van Nederland.
Misschien is het helemaal nog niet zo slecht dat het draagvlak een stuk minder is geworden. Ik hoop dat het ontwikkelingsorganisaties dwingt om de juiste keuzes te maken. Laat ze maar eens helemaal opnieuw beginnen om mensen bewust te maken van de ongemakkelijke waarheid van armoede. Als mensen weer geraakt worden bestaat de kans ook dat ze zelf inzien dat het een schande is dat Nederland van een voorloper op het gebied van mondiale solidariteit nu opeens een achterblijver dreigt te worden. Soms is een stapje terug even nodig om vervolgens weer twee vooruit te kunnen zetten.
-
‘Wees proactief’
Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking
Ellen Mangnus (26) deed werkervaring op in Nicaragua via Youth Zone, het uitzendprogramma voor jonge professionals van koepelorganisatie PSO. Nu werkt ze als adviseur duurzaam ketenbeheer op het Koninklijk Instituut voor de Tropen.
De werkplek van Ellen Mangnus is het imposante Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Het oude koloniale karakter en de nieuwe vormen van internationale samenwerking komen samen in een grote specerijenconferentie die Ellen samen met haar collega’s in oktober organiseert vanwege het honderdjarig bestaan van het KIT. ‘We zijn bezig met onderzoek naar duurzame specerijenketens’, vertelt ze enthousiast. ‘Kleine producenten in ontwikkelingslanden staan onder druk om duurzaam te gaan produceren. De conferentie moet zowel de producenten als importeurs van specerijen samenbrengen.’ Deze laatste groep is bepaald niet homogeen, heeft Ellen gemerkt. ‘Het zijn allemaal verschillende kleine ondernemers die gespecialiseerd zijn in één of twee kruiden.’
Ellen studeerde ontwikkelingseconomie in Wageningen, was actief met student-assistentschappen en hielp haar hoogleraar bij het organiseren van workshops en conferenties. ‘Niet zozeer voor mijn cv, maar meer omdat ik het leuk vond.’ Na stages in China en op de Filippijnen deed ze haar afstudeeronderzoek bij een boerenorganisatie in Nicaragua. Met haar zelfgeschreven voorstel mocht ze langskomen bij Agriterra, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die boeren in ontwikkelingslanden ondersteunt. Het voorstel werd ingediend bij Youth Zone, het startersprogramma van PSO, en goedgekeurd. ‘Ik heb ruim een jaar in Nicaragua gewerkt’, vertelt Ellen. ‘De boerenorganisatie had van de Nederlandse ambassade geld gekregen om binnen een jaar een dienstencentrum op te zetten voor het vermarkten van hun producten, zoals maïs en bonen. Alleen was er niemand met een economische achtergrond.’
Haar werkervaring bij Youth Zone is belangrijk geweest bij het vinden van haar huidige baan. ‘Mijn teamleider zei dat hij me zonder mijn Nicaragua-ervaring niet had aangenomen. Hij vond het vooral goed dat ik zelf het initiatief had genomen om een voorstel te schrijven voor de boerencoöperatie.’ Ze realiseert zich dat er weinig mogelijkheden voor starters zijn om kennis te maken met het werkveld. ‘In het eerste jaar van mijn studie keek ik vaak naar vacatures. Wat kan ik met mijn studie later worden? Toen werden er nog jaarlijks 25 jongeren-assistenten aangenomen bij ontwikkelingsorganisaties van de VN. Dat was vroeger dé instapmogelijkheid. Het merendeel van mijn collega’s is zo begonnen. Maar toen ik ging solliciteren waren er nog maar vijf plekken. Studenten hebben best veel mogelijkheden om ervaring op te doen tijdens hun studie, maar als je eenmaal afgestudeerd bent, valt het best tegen.’
Hoewel ze het soms moeilijk vindt zich staande te houden tussen haar ervaren collega’s, heeft Ellen het goed naar haar zin bij het KIT – vooral vanwege de koppeling tussen wetenschap en praktijk – en noemt ze de organisatie een ‘koploper’ als het gaat om nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking. Heeft ze nog goede suggesties voor anderen om kennis te maken met het werkveld? ‘Wees proactief’, antwoordt Ellen direct. ‘Als je zelf met een goed voorstel of plan komt, krijg je na je studie veel sneller respons dan als je op gewone vacatures reageert. Ga de boer op met een gericht plan. Dan zullen mensen eerder naar je luisteren.’
-
Inspirerende vriend
Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking
In haar nieuwste weblog leert Janneke Juffermans van een oude Afrikaanse vriend hoe je anders tegen begrippen als recht en rechtvaardigheid kunt aankijken. ‘Ekue zag niet zichzelf maar de dader als het slachtoffer.’
Gisteravond was ik uit eten met Ekue, een oude vriend. Ekue is in 2001 gevlucht uit Togo. We leerden elkaar kennen toen we allebei in Archeon werkten, een archeologisch park in Alphen aan den Rijn. Ik liep rond in leer en linnen, als zijnde prehistorische boerin en Ekue in Romeinse Toga, waarin hij zich, zo zei hij, helemaal lekker voelde. Het deed hem denken aan de kleding die veel mannen in West-Afrika dragen. Sowiezo voelde hij zich thuis tussen de lemen huizen en de vuurtjes in Archeon, hoewel hij zelf in Togo in een stenen huis had gewoond. Hij hield het park schoon en was, net als veel andere asielzoekers, een goedkope arbeidskracht voor de directeur van het park.
Ekue is van goede komaf. Zijn vader was lokale koning en Ekue studeerde. Hij behoorde tot de Afrikaanse middenklasse. Omdat hij bij een studentengroep zat die zich verzette tegen het dictatoriale bewind in Togo moest hij vluchten. Een oom van hem werkte bij de regering, en dus mee aan dat bewind, maar hielp hem ook het land uit. Ekue werkte na zijn verblijfsvergunning bij een bedrijf in Limburg dat textiel verhandelt. Hij reisde voor deze baan naar verschillende gebieden in Afrika om gesprekken te voeren met mogelijke afnemers. Zijn talenkennis en zijn kennis van het continent kwamen hem goed van pas en hij kreeg veel verantwoordelijkheden.
We spraken elkaar enkele jaren niet. Vervolgens vertelde hij tijdens een wandeling in de Hollandse polders, dat er een probleem speelde op zijn werk. Er was een collega geweest die niet met hem wilde samenwerken, omdat hij uit Afrika kwam en een goede baan inpikte. De beste man, die al jaren voor het bedrijf werkte, riep algehele verontwaardiging op en werd ontslagen. Tot grote tevredenheid van alle andere collega’s van Ekue. Maar niet van Ekue zelf. Hij maakte zich zorgen. De man zou nooit meer een andere baan vinden op zijn leeftijd. Hij had een gezin te onderhouden. Hij was zijn werk, dat hij al veertig jaar deed, kwijt en daarmee zijn daginvulling, zijn collega’s, bijna alles waar hij ’s ochtends zijn bed voor uitkwam. Dat hij Ekue gediscrimineerd had was gewoon domheid, onwetendheid, een probleem van de man zelf, niet iets waar Ekue van wakker lag. Dus op aandringen van Ekue werd de man weer aangenomen en op een andere afdeling aan het werk gezet.
Dit verhaal vond ik zeer interessant. Ik bedacht me dat ik ben opgroeid in en beïnvloed door een maatschappij waarin men het recht wil laten zegevieren, zo sterk dat ik mensen die onrecht wordt aangedaan als slachtoffers zie. Als mijzelf ‘onrecht’ wordt aangedaan, neem ik die slachtofferrol en de verontwaardiging die daarbij hoort bijna als vanzelfsprekend op me, en als dat voor een ander geldt ben ik eveneens zeer verontwaardigd. Maar Ekue zag niet zichzelf, maar de dader als het slachtoffer!
Gisteren vertelde hij dat hij een bedrijf begonnen is dat producten op de West-Afrikaanse markt goedkoper aan de man wil brengen. Veel spullen, zoals babymelkpoeder, luiers, maar ook rijst en vlees, zijn duurder in Togo dan in Europa. Dat komt omdat er veel tussenhandelaren zijn, die allemaal een zakcentje meeverdienen. Volgens Ekue komen bijna alle producten niet van de lokale boeren, maar via import naar West Afrika. Andersom worden er producten als koffie en katoen geexporteerd, maar ook daar zijn er weer allemaal tussenpersonen. Hierdoor krijgen de boeren een lagere prijs dan ze hadden kunnen krijgen, als ze een rechtstreeks lijntje hadden met de plek van bestemming.
Ekue wil dus boeren en handelaars directer met elkaar in contact brengen, evenals distributeurs en externe leveranciers. Dat wil hij nu nog doen door zélf als tussenpersoon te fungeren en minder winst te maken dan de anderen. En door tegelijkertijd de boeren en de distributeurs te informeren en de contacten die hij heeft over te dragen. Zo worden de tussenpersonen omzeild en kan de prijs van de producten omlaag. En kunnen mensen in Togo ook die zaken kopen die voor hen nu nog vaak te duur zijn. Ekue vindt dat hij zeer veel gekregen heeft van zijn land, hij heeft er kunnen studeren en zich ontwikkelen. Hij wil graag met de kennis die hij in Nederland heeft opgedaan, iets terugdoen.
Ekue zoekt naar wat hij kan bijdragen en niet naar waar hij recht op heeft, of naar wat rechtvaardig is. Dat is een uitgangspunt waar we hier in onze samenleving nog best wat van kunnen leren.
-
NOVA: Formatie: ontwikkelingshulp en buitenlands beleid vergeleken
Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking
NOVA behandelt onderwerpen waar het mogelijke kabinet VVD-PVV-CDA vermoedelijk zwaar op gaat bezuinigen. Eerder waren dat sociale zekerheid, immigratie, en veiligheidsbeleid. Op 23 augustus: buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking.
-
JOIN herfst editie 2010 - Brazilië special
lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel
De redactie van JOIN keerde haar bankrekening ondersteboven en kon nog net een ticket naar Rio de Janeiro boeken. Waar de stad de afgelopen jaren veel van haar originele glans verloren heeft stroomt er inmiddels nieuw bloed. Er hangt iets in de lucht, Rio de Janeiro mag de komende jaren zowel het WK-voetbal als de Olympische Spelen organiseren, de economie groeit als kool, de stad krijgt een facelift en de bewoners hebben er zin in. Join danste tot in de kleine uurtjes in sambaclubs, schoof aan in legendarische voetbalstadions, trok door levensgevaarlijke favela's, dronk ontelbaar veel caipirinha's en ontdekte de nieuwe wereld.
-
PERSBERICHT 6de editie Lowlands University
lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel
De professor als popster Voor het zesde jaar op rij zetten Coolpolitics, Lowlands en Willem van Zeeland Producties de beste wetenschappers in de spotlights tijdens Lowlands University. De leukste universiteit van Nederland opent op 20, 21 en 22 augustus de tentdoeken van de Echo voor zes popsterren van de wetenschap. Louise Fresco, Eric Postma, Peter-Paul Verbeek, Marian Joëls, Greg Marinovich en Jan van Hooff bewijzen dat de nieuwsgierigheid van de Lowlandsbezoeker ook in 2010 weer onverzadigbaar is.
-
Nieuwe Vice Versa uit!
lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel
Ontwikkelingssector heeft weinig plek voor jong talent. Het vergroten van de kansen voor starters op de arbeidsmarkt staat bij ontwikkelingsorganisaties niet hoog op de agenda. Dat blijkt uit een onderzoek van Vice Versa, het vakblad over ontwikkelingssamenwerking.
-
Join Magazine zoekt stagiair(e)
lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel
JOIN Magazine is op zoek naar een stagiair(e) communicatie/ productie (m/v) (40 uur) voor de duur van minimaal 3 maanden. Hij/zij werkt binnen het Beyond (y)our World team mee aan de uitvoering van het Beyond (Y)our World project. Belangrijkste taken zijn: • Communicatie: website ondersteuning joinmagazine.nl, updaten van social media sites, doorplaatsen van JOIN artikelen & filmpjes, meewerken aan het ontwikkelen van acties & campagnes. • Distributie: ondersteuning van distributie van JOIN Magazine, abonnementen beheer, distributie- en communicatieplan updaten, meewerken aan een betere zichtbaarheid van JOIN Magazine. • Event/debat organisatie: ondersteuning bij de organisatie van de lancering van JOIN. Je profiel Opleiding • Een studie in de richting van communicatie & organisatie (HBO of universitair). Vereiste kennis • Je hebt affiniteit met het Beyond (y)our World programma van Lokaalmondiaal en met de doelgroep van JOIN Magazine. • Je bent flexibel, bevlogen en een hands-on mentaliteit. • Je spreekt Engels en een tweede taal, bijvoorkeur Spaans of Frans. • Je bent communicatief, zowel schriftelijk als mondeling. Stuur je CV en motivatiebrief naar Boris, boris@lokaalmondiaal.net
-
Join magazine met WK special
lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel
Deze keer in Join het verhaal over de droom van het Ghanese vrouwen voetbalteam, 'The Black Queens'. Lees ook over het geheime wapen van Afrika, Juju-magic. En het verhaal over de vuzuvela! wordt het een hit of een ergernis tijdens het WK? Verder buiten de WK special: Heb je altijd al willen weten hoe je drugbaron wordt? Deze Join geeft het uitgebreide stappenplan. Snapshot: Illegaal rappen in het ultraconservatieve Iran door Newsha Tavakolian, Column: Dennis Storm vertelt over zijn bijna verdrinking in Mexico en Meike Schulte vertelt dat Playboy en ontwikkelingshulp prima samen gaat.



