mambapoint

Lokaalmondiaal

lokaalmondiaal produceert sinds enige jaren crossmediale mediaproducties over globalisering, ontwikkelingslanden en ontwikkelingssamenwerking, waarbij film en televisie de kern vormen. lokaalmondiaal wil een groter Nederlands publiek bereiken en richtingbepalend zijn in het debat over de journalistieke berichtgeving over ontwikkelingslanden en globalisering. Vanaf 1 januari 2009 treedt lokaalmondiaal op als uitgever van Vice Versa. Daarnaast draagt  lokaalmondiaal  met het lesprogramma Beyond (y)our World bij aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie journalisten wiens ‘blik op de wereld’ wordt vergroot. Uit dit programma komt het studententijdschrift Join voort.

Vice Versa is het vakblad voor ontwikkelingssamenwerking. Als vakblad wil Vice Versa bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking met een eigen, opbouwend en positiefkritisch geluid. Vice Versa stelt haar lezers in staat beter “werk” af te leveren. Dat doet het blad door een onafhankelijke bron te zijn van informatie en opinies over onderwerpen die gerelateerd zijn aan het werkveld van ontwikkelingssamenwerking. Vice Versa  wil een vakblad zijn dat relevante ontwikkelingen in de sector niet alleen duidt, maar ook op de agenda zet door de sector een crossmediaal podium te bieden voor discussie en verdieping. Vice Versa heeft zich ten doel gesteld om binnen drie jaar 6.000 betalende abonnees aan te trekken.

Join – jonge journalisten over internationale samenwerking – wil uitgroeien tot hét tijdschrift voor en door jongeren over mondiale issues. Het WK voetbal 2010 in Zuid-Afrika, een rijbewijs halen in Ghana, jeugdbendes in El Salvador, de Uri Geller van Indonesië, fashionista’s en metromannen in Uganda en het Hillywood van Rwanda: Join toont de kracht en het normale leven in ontwikkelingslanden. Join komt voort uit het uitwisselingsprogramma Beyond (y)our World van lokaalmondiaal in samenwerking met de hogescholen voor de journalistiek in Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle. Na een voorbereidingstraject vertrekt een groep studenten journalistiek naar een niet- westers land. Hun ervaringen zijn te lezen in het tijdschrift Join.. De website www.beyondyourworld.nl is het verlengstuk van het tijdschrift. Op de website zijn extra artikelen te vinden, staan video reportages en houden de jonge journalisten weblogs bij tijdens hun uitwisseling. Join verschijnt 4 keer per jaar in een oplage van 15.000 en wordt gratis verspreid verspreid op HBO’s en universiteiten.

Beyond (y)our World en Join worden financieel mogelijk gemaakt door NCDO en ICCO.

Nieuws Lokaalmondiaal, Join en Vice Versa

  • DeWereldMorgen: Pakistan staat onder water, de president zwemt in het geld 3 Sep 2010 | 12:22 pm Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Volgens de Pakistaanse overheid zijn door de overstromingen, die veroorzaakt werden door zware moessonregens, meer dan 17,2 miljoen mensen getroffen, en meer dan 1.500 mensen gedood. Een ramp van bijbelse proporties. De hulp is ontoereikend. Tariq Ali verklaart waarom.

    Lees het hele artikel op DeWereldMorgen.be.

  • The Times They are a-Changing 3 Sep 2010 | 8:00 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    De publieke en politieke steun voor ontwikkelingssamenwerking wordt steeds kleiner. Dat is bedreigend, maar kan verhulde zegen zijn. Het dwingt ontwikkelingsorganisaties namelijk om zichzelf opnieuw uit te vinden.

    Op het moment dat ik deze Beschouwing schrijf heeft Nederland nog geen nieuw kabinet. Wel hebben de afgelopen verkiezingen duidelijk gemaakt dat Nederland een behoorlijke ruk naar rechts heeft gemaakt. Hoewel dat niet automatisch gevolgen hoeft te hebben voor de hoogte van het ontwikkelingsbudget (kijk naar het Verenigd Koninkrijk, waar onder de conservatieve regering van David Cameron de grootste bezuinigingsoperatie ooit wordt uitgevoerd, maar zowel de zorgsector als de ontwikkelingssamenwerking buiten schot blijven) zal dat in Nederland waarschijnlijk wél het geval zijn. De grootste winst werd immers behaald door de VVD en de PVV, partijen die de ontwikkelingssamenwerking – exclusief noodhulp – respectievelijk willen halveren of afschaffen.

    Ook uit alle recent verschenen onderzoeken over de publieke steun voor ontwikkelingssamenwerking blijkt dat de gouden tijden over zijn. Uit het Kieskompas, dat in de aanloop naar de verkiezingen door 360 duizend mensen was ingevuld, bleek dat een meerderheid van 57 procent vindt dat er bezuinigd mag worden op steun aan arme landen. Deze mening hebben voornamelijk rechtse kiezers, maar ook in de achterban van de PvdA, SP en D66 vindt een flinke minderheid inmiddels dat er best iets van het ontwikkelingsbudget af kan. TNS Nipo constateerde kort daarvoor al dat 54 procent van de kiezers vindt dat Nederland te veel geld besteedt aan ontwikkelingssamenwerking in vergelijking met andere landen, terwijl de ongekroonde koning van onze opiniemetingen, Maurice de Hond, in een opdracht van Artsen zonder Grenzen concludeerde dat 53 procent van de Nederlandse bevolking twijfelt over het nut van hulp aan arme landen. De onderzoeken laten een duidelijke trendbreuk zien, want tot slechts enkele jaren geleden kwam uit vrijwel iedere meting naar voren dat Nederland een draagvlak van ongeveer 80 procent kende dat minimaal voor handhaving van het Nederlandse ontwikkelingsbudget was. Zoals Bob Dylan in de jaren zestig zong: ‘The times they are a-changing.’

    Vrijbrief

    Nu hoeft twijfel over ontwikkelingssamenwerking helemaal niet erg te zijn, als die tenminste leidt tot een debat over de betrekkelijkheid van hulp en over betere en meer structurele manieren om de mondiale ongelijkheid te verkleinen. Ontwikkelingshulp kán de armoede niet oplossen en is daar ook nooit voor bedoeld geweest, betoogde ik al in eerdere stukken: hulp is slechts een bijgerecht – en eerlijke handel moet het hoofdgerecht zijn.

    Twijfel over ontwikkelingssamenwerking is echter wél zorgelijk als die een teken is dat ons land zich aan het afkeren is van haar mondiale verantwoordelijkheid. Jan Pronk constateert in zijn column (zie Vice Versa 4) met spijt dat de verkiezingen alleen maar over ons eigen land gingen. Het feit dat politici niet gevraagd werd om rekenschap af te leggen over het buitenlandbeleid, en dat zij dat ook niet uit zichzelf deden, betekent dat ze voor de komende jaren een vrijbrief hebben gekregen om met het buitenland te doen wat ze willen, betoogt Pronk. Deze vrijbrief baart ook mij ernstige zorgen, want met opkomen voor onze mondiale verplichtingen denken politici vandaag de dag nog maar weinig kiezers meer te trekken. Welke politicus durft het nog aan om pal voor mondiale solidariteit te gaan staan?

    Waar ik benieuwd naar ben, is hoe de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in dit nieuwe krachtenveld gaan opereren. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. De kans bestaat dat ze zich nog meer zullen laten leiden door hun eigen institutionele belang en overlevingsdrift. Zij die nog in de race zijn voor overheidssubsidie zullen zich tot 1 november, de dag waarop het salomonsoordeel over MFS-2 wordt geveld, in elk geval koest houden. Maar omdat er hoe dan ook minder geld beschikbaar zal zijn dan voorheen, zullen organisaties manieren moeten bedenken om minder afhankelijk van de Nederlandse overheid te worden. Dat betekent nog meer fondsenwerving onder het Nederlandse publiek, met het gevaar van een platte en onrealistische boodschap waarmee ze elkaar proberen af te troeven. Ik ben bang dat zo niet alleen politici maar ook de marketeers en fondsenwervers van ontwikkelingsorganisaties een vrijbrief zullen krijgen. En dat is evenmin een vrolijk vooruitzicht.

    Overlevingsdrang

    Ten tweede verwacht ik dat organisaties op zoek gaan naar fondsen buiten Nederland. De Verenigde Staten bijvoorbeeld kent tal van grote en kleinere particuliere  foundations en een rijke traditie van filantropie. Net als in de tijd van het Wilde Westen valt hier nog heel wat te ontginnen, ook voor Nederlandse ngo’s. De vraag is echter of het zal ‘klikken’ met Nederlandse ngo’s, omdat deze particuliere fondsen ofwel heel charitatief zijn of juist een veel bedrijfsmatiger aanpak hebben dan Nederlandse ontwikkelingsorganisaties gewend zijn.

    Dan is er nog de mogelijkheid tot decentraliseren, een proces waar na ICCO nu ook Oxfam Novib mee gaat beginnen. Steeds meer verantwoordelijkheden worden hiermee naar lokale veldkantoren overgeheveld. Dat kan strategisch een slimme zet zijn. De Europese Unie is van plan om veel meer ontwikkelingsgeld direct naar ‘het Zuiden’ over te maken in plaats van te besteden via noordelijke hulporganisaties, en ook het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid doet aanbevelingen in deze richting. Het uitgangspunt van decentralisatie vind ik uitstekend. Het is in feite een gevolg van succesvolle ontwikkelingssamenwerking, omdat de capaciteit in het Zuiden zo sterk is geworden dat de uitvoering en begeleiding van projecten nu lokaal gedaan kan worden en de westerse ngo zich vooral op het lobbywerk hier kan richten. Het zou echter verkeerd zijn als voornamelijk uit overlevingsdrang voor deze decentralisatie wordt gekozen en de veldkantoren van Oxfam Novib en ICCO concurrenten worden van zuidelijke ontwikkelingsorganisaties omdat ze om dezelfde fondsen gaan strijden.

    Tot slot is echter nog een laatste scenario denkbaar. Wat ik hoop is dat ontwikkelingsorganisaties zichzelf gaan heruitvinden; dat ze zich niet vanuit hun eigen belangen op de toekomst gaan bezinnen, maar mensen weer een oprecht en actueel verhaal gaan vertellen over armoede. Alleen daarmee kun je mensen weer voor je winnen. En dan niet om hun portemonnee te trekken, maar om weer (en meer) betrokken te raken bij de ongelijkheid in de wereld. De oplossing zit niet in nog betere rapportages over succesvolle projecten of in reclamecampagnes, maar in eerlijke communicatie.

    Henk en Ingrid

    Eerlijke communicatie bijvoorbeeld over wat ontwikkelingssamenwerking nu eigenlijk is. Op de interessante bijeenkomst van Singing a New Policy Tune in Ede (zie ook pagina 6) merkte een van de deelnemers terecht op dat een groot deel van het Nederlandse publiek niet is meegegaan in de stappen die de ontwikkelingssamenwerking door de jaren heen heeft gezet. Mensen denken bij ontwikkelingssamenwerking nog steeds aan schooltjes, weeshuizen en gezondheidsposten, terwijl het bij de meeste professionele ontwikkelingsorganisaties allang gaat om capaciteitsopbouw en het werken aan een civil society in het Zuiden. Ontwikkelingsorganisaties moeten de uitdaging aangaan om juist ook dít werk op een goede manier over het voetlicht te brengen en niet telkens – onder druk van de fondsenwervers – in de fuik te vallen om een beeld neer te zetten dat inmiddels achterhaald is. En verder, zoals op diezelfde bijeenkomst werd gesteld, ook veel beter duidelijk maken waarom het ook in ons eigen belang is dat de armoede een halt wordt toegeroepen. Anders valt er over vijftig jaar namelijk ook voor de kinderen van Henk en Ingrid weinig lol meer te beleven op deze wereld.

    Ontwikkelingsorganisaties moeten het grote verhaal over de ongemakkelijke waarheid van armoede vertellen door in te zoomen op mensen die daar de dupe van zijn en die daar tegen strijden. In mijn boek  Berichten over Armoede heb ik al geschreven dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zich niet lijken te realiseren wat voor goudmijn aan verhalen ze in huis hebben. Via hun partnerorganisaties hebben ze toegang tot duizenden mensen die de ongemakkelijke waarheid van armoede een gezicht kunnen geven, die met vallen en opstaan proberen vooruit te komen in hun leven binnen een internationale context die hen vijandig gezind is. Met zulke krachtige persoonlijke levensverhalen hebben ontwikkelingsorganisaties een ijzersterke troef in handen in het debat over de mondiale verantwoordelijkheid van Nederland.

    Misschien is het helemaal nog niet zo slecht dat het draagvlak een stuk minder is geworden. Ik hoop dat het ontwikkelingsorganisaties dwingt om de juiste keuzes te maken. Laat ze maar eens helemaal opnieuw beginnen om mensen bewust te maken van de ongemakkelijke waarheid van armoede. Als mensen weer geraakt worden bestaat de kans ook dat ze zelf inzien dat het een schande is dat Nederland van een voorloper op het gebied van mondiale solidariteit nu opeens een achterblijver dreigt te worden. Soms is een stapje terug even nodig om vervolgens weer twee vooruit te kunnen zetten.

  • ‘Wees proactief’ 1 Sep 2010 | 8:00 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Ellen Mangnus (26) deed werkervaring op in Nicaragua via Youth Zone, het uitzendprogramma voor jonge professionals van koepelorganisatie PSO. Nu werkt ze als adviseur duurzaam ketenbeheer op het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

    De werkplek van Ellen Mangnus is het imposante Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Het oude koloniale karakter en de nieuwe vormen van internationale samenwerking komen samen in een grote specerijenconferentie die Ellen samen met haar collega’s in oktober organiseert vanwege het honderdjarig bestaan van het KIT. ‘We zijn bezig met onderzoek naar duurzame specerijenketens’, vertelt ze enthousiast. ‘Kleine producenten in ontwikkelingslanden staan onder druk om duurzaam te gaan produceren. De conferentie moet zowel de producenten als importeurs van specerijen samenbrengen.’ Deze laatste groep is bepaald niet homogeen, heeft Ellen gemerkt. ‘Het zijn allemaal verschillende kleine ondernemers die gespecialiseerd zijn in één of twee kruiden.’

    Ellen studeerde ontwikkelingseconomie in Wageningen, was actief met student-assistentschappen en hielp haar hoogleraar bij het organiseren van workshops en conferenties. ‘Niet zozeer voor mijn cv, maar meer omdat ik het leuk vond.’ Na stages in China en op de Filippijnen deed ze haar afstudeeronderzoek bij een boerenorganisatie in Nicaragua. Met haar zelfgeschreven voorstel mocht ze langskomen bij Agriterra, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die boeren in ontwikkelingslanden ondersteunt. Het voorstel werd ingediend bij Youth Zone, het startersprogramma van PSO, en goedgekeurd. ‘Ik heb ruim een jaar in Nicaragua gewerkt’, vertelt Ellen. ‘De boerenorganisatie had van de Nederlandse ambassade geld gekregen om binnen een jaar een dienstencentrum op te zetten voor het vermarkten van hun producten, zoals maïs en bonen. Alleen was er niemand met een economische achtergrond.’

    Haar werkervaring bij Youth Zone is belangrijk geweest bij het vinden van haar huidige baan. ‘Mijn teamleider zei dat hij me zonder mijn Nicaragua-ervaring niet had aangenomen. Hij vond het vooral goed dat ik zelf het initiatief had genomen om een voorstel te schrijven voor de boerencoöperatie.’ Ze realiseert zich dat er weinig mogelijkheden voor starters zijn om kennis te maken met het werkveld. ‘In het eerste jaar van mijn studie keek ik vaak naar vacatures. Wat kan ik met mijn studie later worden? Toen werden er nog jaarlijks 25 jongeren-assistenten aangenomen bij ontwikkelingsorganisaties van de VN. Dat was vroeger dé instapmogelijkheid. Het merendeel van mijn collega’s is zo begonnen. Maar toen ik ging solliciteren waren er nog maar vijf plekken.  Studenten hebben best veel mogelijkheden om ervaring op te doen tijdens hun studie, maar als je eenmaal afgestudeerd bent, valt het best tegen.’

    Hoewel ze het soms moeilijk vindt zich staande te houden tussen haar ervaren collega’s, heeft Ellen het goed naar haar zin bij het KIT – vooral vanwege de koppeling tussen wetenschap en praktijk – en noemt ze de organisatie een ‘koploper’ als het gaat om nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking. Heeft ze nog goede suggesties voor anderen om kennis te maken met het werkveld? ‘Wees proactief’, antwoordt Ellen direct. ‘Als je zelf met een goed voorstel of plan komt, krijg je na je studie veel sneller respons dan als je op gewone vacatures reageert. Ga de boer op met een gericht plan. Dan zullen mensen eerder naar je luisteren.’

  • JOIN herfst editie 2010 - Brazilië special 17 Aug 2010 | 2:39 pm lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    De redactie van JOIN keerde haar bankrekening ondersteboven en kon nog net een ticket naar Rio de Janeiro boeken. Waar de stad de afgelopen jaren veel van haar originele glans verloren heeft stroomt er inmiddels nieuw bloed. Er hangt iets in de lucht, Rio de Janeiro mag de komende jaren zowel het WK-voetbal als de Olympische Spelen organiseren, de economie groeit als kool, de stad krijgt een facelift en de bewoners hebben er zin in. Join danste tot in de kleine uurtjes in sambaclubs, schoof aan in legendarische voetbalstadions, trok door levensgevaarlijke favela's, dronk ontelbaar veel caipirinha's en ontdekte de nieuwe wereld.

  • PERSBERICHT 6de editie Lowlands University 11 Aug 2010 | 9:27 am lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    De professor als popster   Voor het zesde jaar op rij zetten Coolpolitics, Lowlands en Willem van Zeeland Producties de beste wetenschappers in de spotlights tijdens Lowlands University. De leukste universiteit van Nederland opent op 20, 21 en 22 augustus de tentdoeken van de Echo voor zes popsterren van de wetenschap. Louise Fresco, Eric Postma, Peter-Paul Verbeek, Marian Joëls, Greg Marinovich en Jan van Hooff bewijzen dat de nieuwsgierigheid van de Lowlandsbezoeker ook in 2010 weer onverzadigbaar is.  

  • Nieuwe Vice Versa uit! 4 Aug 2010 | 9:07 am lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    Ontwikkelingssector heeft weinig plek voor jong talent. Het vergroten van de kansen voor starters op de arbeidsmarkt staat bij ontwikkelingsorganisaties niet hoog op de agenda. Dat blijkt uit een onderzoek van Vice Versa, het vakblad over ontwikkelingssamenwerking.