mambapoint

Wereldmediahuis

Journalistiek over de rest van de wereld: Het wereldmediahuis bericht over globalisering en ontwikkelingslanden en verbindt verschillende onafhankelijke journalistieke redacties tot een crossmediaal geheel. Lees meer over het Wereldmediahuis.

Nieuws

  • Trouw: CITES wil wereldwijd exportverbod tonijn 30 Jul 2010 | 10:23 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Een voorstel van Monaco om de wereldwijde export van de Atlantische blauwvintonijn te verbieden wordt gesteund door CITES, een orgaan van de Verenigde Naties dat toezicht houdt op de Conventie voor de Internationale Handel in Bedreigde Soorten.

    Lees het hele artikel op de website van Trouw.

  • Geen huizen uitdelen, maar hypotheken 30 Jul 2010 | 8:00 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Na een natuurramp zoals in Haïti is de verleiding groot om heel veel gratis huizen weg te geven. Niet doen, waarschuwen deskundigen. Haak in plaats daarvan aan bij de manier waarop de armen wereldwijd hun huizen bouwen: stap voor stap, met hulp van kleine leningen.

    Tekst: Mirjam Vossen

    Krijgen of betalen, dat is de vraag. Dat is de éérste vraag. Op Haïti bijvoorbeeld, waar anderhalf miljoen mensen tijdens de aardbeving in januari hun huis zagen veranderen in een vormeloze hoop zand, hout en stenen. Ruim driekwart van hen woont nu in een van de 650 tentenkampen in en om Port-au-Prince. Ze schuilen onder een dekzeil en worden op de hielen gezeten door de regentijd. De komende jaren staat Haïti voor de immense opgave om de bergen puin op te bouwen tot nieuwe woonwijken.

    Maar hoe pak je zoiets nu aan? Gééf je de Haïtianen nieuwe huizen, of zet je woningen neer om die vervolgens aan de Haïtianen te verkopen? Geven ligt voor de hand. Want van een kale kip pluk je geen veren.

    Geven is bijvoorbeeld wat Cordaid Mensen in Nood doet. Cordaid is een van de eerste organisaties die Haïtianen uit hun tentenkampen verlost. In een dorpje nabij Port-au-Prince kregen 150 gezinnen een transitional shelter ofwel ‘overgangsschuilplaats’: een houten frame met een golfplaten dak en muren van zeil. De woning doet een beetje denken aan een bouwpakket van de Gamma, want de bewoners moeten hun ‘huis’ zelf in elkaar zetten. De komende jaren plaatst Cordaid 8.000 tot 10.000 van dit soort tijdelijke huizen.

    Nu is gratis huisvesting in de dramatische fase kort na de ramp niet meer dan vanzelfsprekend: veilig onderdak is een eerste levensbehoefte. Maar geldt dat ook voor de fasen daarna, wanneer woningen worden neergezet voor de langere termijn? Is weggeven dan nog steeds de beste optie?

    Het grote graaien

    Deze vraag speelde ook na de tsunami in Zuid-Oost Azië. Ook toen stonden hulporganisaties voor de massieve opgave om miljoenen mensen van nieuwe huizen te voorzien. Onder hen was Wim Stroecken, directeur van de Solid House Foundation, die habitatprojecten uitvoert voor lage inkomensgroepen. Hij organiseerde een project om de kustbewoners van Sri Lanka, die alles waren kwijtgeraakt, aan nieuwe, gratis woningen te helpen.

    Stroeckens ervaringen stemmen niet altijd vrolijk. Solid House Foundation probeerde de bewoners zo veel mogelijk bij het project te betrekken, onder meer door hen vrijwillig mee te laten bouwen. Maar het feit dat mensen het huis gratis kregen, deed het project geen goed. Al snel begon, zoals Stroecken het uitdrukt, ‘het grote graaien’: ‘Politici zetten vriendjes op de lijst. Mensen probeerden een zo groot mogelijk huis te bemachtigen, ook al was hun gezin niet zo groot. In de loop van de tijd vonden we manieren om op de constructie te bezuinigen. Mensen klaagden daarover: ze wilden een huis dat op de dure manier was gebouwd. Dat had simpelweg meer status.’

    Het project van Solid House Foundation werd in een artikel in HP De Tijd beter beoordeeld dan andere ‘weggeefdorpen’. Toch trok de organisatie voortijdig de stekker eruit. ‘Wij geven nooit meer huizen weg’, zegt Stroecken. ‘Mensen moeten op basis van hun eigen geld beslissingen nemen.’

    ‘Het grote graaien’ na een ramp als de tsunami is een schrijnend voorbeeld. Belangrijker is dat het weggeven van huizen überhaupt geen oplossing is voor de lange termijn. Want niet alleen daklozen na een natuurramp hebben behoefte aan huisvestiging. Meer dan een miljard mensen onder de absolute armoedegrens woont, zoals VN-Habitat het noemt, in ‘life and health threatening homes’. Allen hebben behoefte aan fatsoenlijke woningen, niemand van hen heeft voldoende geld, en voor allen schiet het aanbod van woningen hopeloos tekort. Bovendien groeit het aantal sloppenwijkbewoners in ontwikkelingslanden jaarlijks met 30 miljoen. Het is uitgesloten dat voor zo veel mensen gratis huisvesting zal worden geregeld. Het antwoord op de vraag ‘krijgen of betalen’ ligt dus voor de hand. Betalen! De vraag is alleen: hoe?

    Microhypotheken

    Mensen zijn inventief. Ook in het bouwen van huizen. Hoe arm zij ook zijn, in de praktijk bouwt en betaalt zo’n 80 procent van de armen hun eigen huis zelf. Zij doen dit met spaargeld en leningen in het informele circuit.

    En dát is waar hulporganisaties volgens Stroecken bij moeten aanhaken: de kracht van mensen om zélf hun huis te bouwen. Cruciaal daarin is toegang tot betaalbare leningen, bijvoorbeeld in de vorm van microfinanciering. De behoefte lijkt enorm. Nu al wordt een fors deel van alle microkredieten – sommige onderzoeken spreken van 20 tot 30 procent – ingezet voor het bouwen en verbeteren van de eigen woning. Steeds meer microfinanciers breiden hun productpakket dan ook uit met speciale microhypotheken of housing loans. Ook gespecialiseerde ngo’s en coöperaties behoren tot de aanbieders. Vooralsnog maakt de microhypotheek hooguit een paar procent uit van het totale portfolio van de microfinancieringsindustrie, maar de potentie is immens. Bovendien groeit de kennis rondom microhypotheken, want aanbieders en financiers van huisvesting doen steeds meer ervaringen op.

    En dít zijn lessen die inmiddels zijn geleerd. Les één: de definitie van ‘huis’ moet omver. Een valkuil voor hulporganisaties is het ‘aanbiedersparadigma’. In dat paradigma staat het eindproduct voorop: een huis. Bewoners lenen geld voor een compleet huis, vaak volgens vaststaand ontwerp. Zo’n aanbod sluit echter niet aan bij de praktijk in arme landen. Mensen met lage inkomens bouwen zelden een heel huis in een keer. Ze doen dat stap voor stap. Een eenkamerhut wordt in de loop van jaren uitgebouwd tot een woning met een golfplaten dak, gepleisterde muren, een extra kamer en een voorraadhok. Het ‘aanbiedersparadigma’ leidt dan ook tot te hoge leningen, te lange terugbetaaltermijnen en ontevredenheid met het voorgeschreven ontwerp. Succesvolle microfinanciering voor woningen bestaat daarentegen uit een serie opeenvolgende leningen, waarmee de bewoner uitbreidingen of verbeteringen financiert wanneer hij dat wil.

    ‘Bij het financieren van huizen moet het beeld waaraan een huis moet voldoen omver’, zegt socioloog en onderzoeker Peer Smets van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die wereldwijd onderzoek doet naar housing microfinance. ‘Het beeld van een compleet huis is een middenklassebeeld. Het past niet bij de lokale praktijk in ontwikkelingslanden. Voor de armen is huisvesting geen product, maar een proces.’

    Eerst een hoger inkomen

    Les twee: dat ‘huisvestingsproces’ kan niet los worden gezien van andere processen, zoals het claimen van landrechten, het verbeteren van het gezinsinkomen en het werken aan sociale cohesie in de buurt. Succesvolle huisvestingsprogramma’s staan nooit op zichzelf. Zij maken deel uit van een bredere aanpak om de levensomstandigheden te verbeteren. Bijvoorbeeld in Bolivia, waar Solid House Foundation zich inzet voor huisvesting van de Guarajas-bevolking. Deze gemeenschap leeft van de oogst van cusi-palmen. De bouw van woningen gaat samen met de komst van een fabriek die de cusi-palmvrucht verwerkt tot olie en cosmetica. De gemeenschap kan zijn inkomen verbeteren door aan deze fabriek te leveren. ‘Eerst moet het inkomen omhoog, dan pas is fatsoenlijke huisvesting aan de orde’, zegt Wim Stroecken.

    En dan ben je, erkent Stroecken, al gauw jaren verder. Sterker nog: dat betekent dat Solid House Foundation soms niet direct aan huisvesting toekomt. Dat is bijvoorbeeld het geval in Zuid-Soedan, waar de organisatie sinds enkele jaren actief is. ‘Er staat nog niet één huis’, zegt Stroecken. ‘De omstandigheden zijn er nog niet rijp voor. Eerst moet er worden gewerkt aan basisvoorzieningen als water en sanitatie, aan veiligheid, stabiliteit en economische ontwikkeling. Niet overal kun je meteen met duurzame huisvesting beginnen.’

    Les drie: pas op met subsidies. Duurzame huisvesting is een zaak van lange adem, zeker wanneer je de armste inkomensgroepen wilt bereiken. De verleiding is groot om het proces te versnellen door het gebruik van hulpgeld. Bovendien geldt bij wederopbouwprojecten soms een maximum termijn om het donorgeld te besteden. Die tijdsdruk stimuleert het weggeven. Maar ook in ‘gewone’ omstandigheden neigen donoren ertoe huizen te subsidiëren. Of ze subsidiëren de kredietverstrekkers om de rente laag te houden. Dergelijke subsidies kunnen echter de duurzaamheid van microfinanciers ondermijnen. In India en Zuid-Afrika zag onderzoeker Peer Smets hoe ‘koud’ geld – subsidies – de terugbetaling van huisvestingsleningen frustreerde. Zodra bewoners wisten dat hun huis deels met subsidie werd betaald, nam de motivatie om terug te betalen af. Was hun huis betaald met ‘warm’ geld – bijvoorbeeld eigen geld in een spaar- en kredietgroep – dan was het terugbetalingspercentage veel hoger.

    In een omgeving waar massaal huizen worden weggegeven, heeft de ontwikkeling van microhypotheken zelfs geen schijn van kans. Dat bleek onder meer in Atjeh na de tsunami. De Development Innovations Group bestudeerde er in opdracht van de Bill and Melinda Gates Foundation de rol van housing microfinance. Bewoners die hun huizen gratis kregen, bleken niet bereid om te betalen voor reparaties. Zodra er iets stuk was, klopten ze aan bij de organisatie die het huis had neergezet, en verwachtten ze bovendien dat deze ngo ook uitbreidingen van het huis zou betalen. 

    De onderzoekers concludeerden dat een potentieel kansrijke ontwikkeling van dit soort microfinanciering in Atjeh niet van de grond kwam, omdat subsidies de markt voor leningen verstoorden. Een gezonde en zelfstandige microfinancieringssector is echter een voorwaarde om op termijn veel grotere groepen armen te bereiken dan via hulporganisaties mogelijk is.

    Bouwmateriaal met korting

    Van Atjeh terug naar Haïti, dat vandaag voor de enorme opgave staat om huizen te bouwen voor anderhalf miljoen daklozen – het liefst zo duurzaam mogelijk. Voor de betrokken hulporganisaties liggen alle genoemde valkuilen tegelijkertijd op de loer: de aandrang om complete huizen te bouwen, de druk om dat snel te doen en de verleiding om ze gratis weg te geven.

    ‘Doe het niet’, waarschuwt Peer Smets. ‘Bega niet de fout complete huizen neer te zetten. Dat is kortetermijnwerk. Zet desnoods een muur neer waar mensen tegenaan kunnen bouwen. Maar laat hen zelf geld lenen voor de verbeteringen. Wanneer je mensen toch financieel wilt steunen, geef dan bijvoorbeeld korting op bouwmaterialen. Dan houden ze het gevoel van eigenaarschap, zonder dat het de microfinancieringsmarkt verstoort.’

    En zo lijkt de gratis transitional shelter van Cordaid bij nadere beschouwing zo gek nog niet. Maar dan moeten we het bouwpakket niet zien als tijdelijke, maar juist als het begin van een definitieve oplossing. Volgens Cordaid kan de constructie tientallen jaren mee en is ze stevig genoeg om uit te bouwen tot een permanent huis. Wanneer bewoners dat willen, laat een woordvoerder weten, dan moeten ze dat zelf betalen, wellicht met behulp van een microhypotheek. Hopelijk kan de bewoner straks terecht bij een microfinancier voor passende leningen. Tenminste, als andere ngo’s de markt daarvoor niet met duizenden weggeefhuizen hebben verpest.

  • Wachten 28 Jul 2010 | 8:00 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Irene de Vries geniet van haar stage als arts in opleiding in de tropen. Wat ze het leukste vindt? Het wachten. Tijdens een reis naar de binnenlanden van Suriname kon ze haar geluk niet op.

    Een van de leukste dingen aan reizen vind ik altijd het wachten. Ten eerste omdat je dan goed om je heen kunt kijken en veel ziet. Ten tweede omdat er een groot beroep wordt gedaan op je flexibiliteit en haastige Nederlandse aard. Een uitdaging dus. Sinds mijn eerste reis naar de tropen heb ik mezelf dan ook aangeleerd om tijdens het wachten tot een auto of bus vol genoeg zit om te vertrekken, je aan de beurt bent bij een of ander enorm inefficiënt werkend loket of mijn Venezolaanse schoonfamilie eindelijk besluit de deur uit te komen, mijn verstand op nul te zetten, geen vragen te stellen en vooral te genieten van mijn omgeving.

    Onlangs reisde ik naar een dorpje aan de Boven-Suriname rivier, voor een stageweek op de medische hulppost aldaar. Dat betekent met een busje over een grotendeels ongeasfalteerde weg, vijf uur in een boot en veel wachten. Kortom, een reis van 13 uur voor een afstand van circa 450 km. U begrijpt, ik kon mijn geluk niet op.

    Om half 8 ’s ochtends bevind ik mij dus al met een slaperig hoofd (de avond tevoren had ik nog uitgebreid afscheid moeten nemen van Paramaribo) op de Saramaccastraat, daar waar de bussen naar het zuiden vertrekken. Vanuit Paramaribo vertrekken veel bussen vanaf veel verschillende plekken en je moet altijd maar net weten waar je voor welke bus moet zijn. De bussen voor de richting die ik vandaag nodig heb ken ik gelukkig al, maar ik heb ook wel eens een half uur door de stad gelopen op zoek naar ‘de bus die vanonder de boom vertrekt’.

    Eenmaal op de plek aangekomen is een busje vinden nooit moeilijk. Er zijn altijd genoeg mannen die jou in je bus willen hebben. Tegen 8 uur is de bus dan ook vol en waarom er dan immer nog een uur gewacht wordt om te vertrekken blijft mij een raadsel. Maar goed, ik stel geen vragen. Wel zie ik dat er nog een hoop bagage ingeladen wordt en dat als ik denk dat de bus nu toch echt helemaal vol zit, nog iemand aankomt met 2 gasflessen, 2 grote koffers en een bakbeest van een televisie.

    Als we 20 minuten rijden stoppen we aan de rand van Paramaribo om te tanken en ‘inkopen te doen’ (alweer?). Dat houdt in dat we een uur wachten en in de tussentijd alle bagage uit de auto halen en inclusief een extra brommer weer inladen. De bus zat dus nog niet vol, zie ik nu.

    Tegen de tijd dat we het dorp bereiken vanwaar de boten naar het binnenland vertrekken, is het middag. Grote bedrijvigheid, mensen die vanuit de stad weer terug het binnenland in gaan, met al hun bagage en nieuw aangeschafte meubels, transporten van voedsel en parbobier en zelfs een korjaal die volgeladen wordt met zonnepanelen. Ook een plek op een van de korjalen had ik snel geregeld, namelijk al bij dat benzinetankstation waar een maat van mijn buschauffeur vertelde dat hij bootsman is. Op die manier heeft hij nog voordat we bij de boot aankomen geregeld dat zijn boot vol zit en hoef ik dus ‘maar’ anderhalf uur te wachten tot de korjaal vertrekt. Ik stel geen vragen.

    Bij mij in de boot allemaal binnenlandbewoners, ofwel bosnegers, afstammelingen van de vroeger van plantages weggelopen slaven. Achter mij een meisje van 1 jaar die continue aan een van de borsten van haar moeder hangt en tussendoor mee kluift aan een kippenbout. Naast mij zit in een nauw gesloten roze hello kitty pak een mollig meisje van een jaar of 10, die we in Nederland naar de obesitaspoli voor kinderen aan de VU zouden sturen, te smikkelen van een zakje chips, nootjes, kippenbout, koekjes en zoete frisdrank. Al het afval wordt direct overboord geflikkerd. Hoe je zo onbewust om kunt gaan met je eigen mooie land, begrijp ik nog steeds niet. Ik houd mijn mond want ik ben hun niet, zij zijn mij niet en dit is mijn land niet, maar lach ondertussen om het feit dat ik mij vanmorgen nog druk maakte om het feit ik geen biologisch afbreekbare zeep had meegenomen om mijzelf en mijn vuile vaat in de rivier te kunnen wassen.

    Het prachtige zicht vanaf het water op de jungle kan niet voorkomen dat ik tijdens de komende 5 uur af en toe met mijn hoofd op mijn eigen schoot in slaap dommel (ik ben nog niet helemaal over mijn afscheid met Paramaribo heen). We varen langs vele dorpjes waar, zo aan het eind van de middag, vrouwen en kinderen aan de rivier staan voor datgene wat ik graag met mijn biologisch afbreekbare zeep had willen doen. Kinderen worden met kleurrijke panji’s op de rug gebonden, grote afwasteilen worden op het hoofd richting huis gedragen door halfnaakte vrouwen met enorme borsten. Het is fotomoment na fotomoment, die ik natuurlijk niet grijp, want dat durf ik niet.

    Het laatste uur varen we in het donker. De bootsman kent de rivier op zijn duimpje, dus onveilig voel ik me niet. Als we eindelijk op mijn eindbestemming aankomen zitten aan de rivier twee broeders van de hulppost; wachtend op de reiziger. Hebben jullie hier de hele avond zitten wachten tot ik zou arriveren? Ach, we zaten te hengelen, is het antwoord. Tja, wachten…. het blijft een erg Nederlands begrip.

    Wordt vervolgd….

    In haar volgende weblog ‘de medische toerist’ gaat Irene in op haar stageweek bij de medische hulppost

  • La Stampa: Een bureaucratische reuzemachine 27 Jul 2010 | 10:42 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Na lange maanden van overleg tussen de Commissie, het Parlement en de lidstaten, zal de Europese Dienst voor Extern Optreden deze herfst operationeel worden. Het valt nog te bezien of de doelmatigheid ervan opweegt tegen de complexiteit en de kosten.

    Lees het hele bericht op de website van PressEurop.

  • Volkskrant: Suriname, koloniale mislukking nummer drie 26 Jul 2010 | 10:27 am Vice Versa - vakblad over ontwikkelingssamenwerking

    Suriname heeft een veroordeelde crimineel tot staatshoofd gekozen. Is dat erg? Ja en nee. Nee, als we zouden aanvoeren dat er in de Caribische regio wel meer dubieuze personen staatshoofd zijn geworden. Zo heeft in Panama generaal Noriega wellicht nog meer met de drugshandel verdiend dan Bouterse.  Op Haïti beschouwde de familie Duvalier (Papa en Baby Doc) de staatskas als hun persoonlijk eigendom, terwijl op het verpauperde Cuba de gebroeders Castro al meer dan een halve eeuw staatshoofd spelen zonder ooit de kiezers te vragen of ze het daarmee eens zijn.

    Lees het hele opiniestuk van Piet Emmer (emeritus hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie aan de Universiteit van Leiden) op de website van de Volkskrant.

  • Join magazine met WK special 7 Jul 2010 | 3:57 pm lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    Deze keer in Join het verhaal over de droom van het Ghanese vrouwen voetbalteam, 'The Black Queens'. Lees ook over het geheime wapen van Afrika, Juju-magic. En het verhaal over de vuzuvela! wordt het een hit of een ergernis tijdens het WK? Verder buiten de WK special: Heb je altijd al willen weten hoe je drugbaron wordt? Deze Join geeft het uitgebreide stappenplan. Snapshot: Illegaal rappen in het ultraconservatieve Iran door Newsha Tavakolian, Column: Dennis Storm vertelt over zijn bijna verdrinking in Mexico en Meike Schulte vertelt dat Playboy en ontwikkelingshulp prima samen gaat.  

  • Ultieme belevenis van het WK 15 Jun 2010 | 10:10 am lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    De hele wereld is deze maand op Afrika gericht. Alle grote voetballers zijn in Zuid-Afrika aanwezig voor het eerste WK op Afrikaanse bodem. Voor lokaalmondiaal is het WK tevens de apotheose van het Twenty Ten project. 

  • Kan voetbal vrede zijn? 4 Jun 2010 | 2:15 pm lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    Twee documentaires over George Weah en Didier Drogba en hoe voetbal een land kan veranderen.   Lokaalmondiaal produceerde in samenwerking met het Britse Television for the Environment (TVE) twee documentaires over de bijzondere invloed van voetbal in Afrika, die vanaf 5 juni worden uitgezonden door BBC World.

  • De nieuwe Vice Versa is uit 4 Jun 2010 | 12:36 pm lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    Het nieuwe nummer van Vice Versa, vakblad over Ontwikkelingssamenwerking,  is uit. In het nummer weer een keur aan artikelen, reportages, interviews en natuurlijk de vaste rubrieken.

  • BYW zoekt stagiaire 28 Apr 2010 | 9:13 am lokaalmondiaal - Niet in het Nieuws en Actueel

    In verband met de aanstaande lancering van de komende JOIN Magazine, zoeken wij per direct voor de duur van minimaal 3 maanden: EEN STAGIAIR(E)  BEYOND (Y)OUR WORLD (m/v) (40 uur) Hij/zij is werkt binnen het Beyond (y)our World team mee aan de uitvoering van het  Beyond (Y)our World project.  Belangrijkste taken zijn: •    Communicatie: website ondersteuning joinmagazine.nl, updaten van social media sites, doorplaatsen van JOIN artikelen & filmpjes, meewerken aan het ontwikkelen van acties & campagnes. •    Distributie: ondersteuning van distributie van JOIN Magazine, abonnementen beheer, distributie- en communicatieplan updaten, meewerken aan een betere zichtbaarheid van JOIN Magazine. •    Event/debat organisatie: ondersteuning bij de organisatie van de lancering van JOIN. Je profiel Opleiding •    Een studie in de richting van communicatie & organisatie (HBO of universitair). Vereiste kennis •    Je hebt affiniteit met het Beyond (y)our World programma van Lokaalmondiaal en met de doelgroep van JOIN Magazine. •    Je bent flexibel, bevlogen en een hands-on mentaliteit. •    Je spreekt Engels en een tweede taal, bijvoorkeur Spaans of Frans. •    Je bent communicatief, zowel schriftelijk als mondeling. Stuur je CV en motivatiebrief naar Boris, boris@lokaalmondiaal.net